
KRAAK FEST 2025 HIGHLIGHTS: Anouk Kellner
De opblaasbare objecten in de geluidsinstallatie van Anouk Kellner blazen lucht in de orgelpijpen die als hun stemmen fungeren, en trekken zo de aandacht van iedereen die hun gekrijs kan horen. Maar er is geen manier om het koor van zachte kegels en drones van de Belgische componiste te troosten. Laten we meer lezen/zien/horen over haar gedachten en muzikale mijmeringen terwijl we de KRAAK Fest 26 artist highlights aftrappen!
Kan je ons wat meer over je achtergrond vertellen? Welk artistiek en muzikaal parcours heb je afgelegd?
Van jongs af aan was het ontdekken van muziek een manier om uit te begrijpen wat ik leuk vond en wie ik was. Ik was een vrij introvert, ingetogen kind, maar ik kon mezelf volledig verliezen in muziek. Zelfs toen was ik constant op zoek naar muziek die de grenzen verlegde van wat mijn geest voor mogelijk hield. Zeker als tiener was het, denk ik, een manier om mijn identiteit te ontwikkelen en mezelf te onderscheiden. Ook speelde ik gitaar en schreef er zelfs liedjes mee. Het waren vooral melige, melancholische tienernummers. Ik luisterde onlangs opnieuw naar een paar oude opnames op mij laptop. Het voelde erg "wholesome" en grappig om die weer te horen, haha.
Toen ik 18 was, verhuisde ik naar Brussel om Radio op het RITCS te studeren, vooral omdat ik de nood voelde om meer te praten en mijn fascinatie voor de muziek waarnaar ik luisterde met anderen te delen. Het probleem was dat ik telkens wanneer ik op de radio kwam erg verlegen werd voor de microfoon. Het gaf me veel stress. Presenteren op de radio was dus niet echt mijn grootste talent.
We hadden echter ook veel Sound Art-lessen in de Radio-opleiding, waar ik me dan begon op te focussen. Mijn docent, de Belgische geluidskunstenaar Jeroen Vandesande, wekte iets in me op. Ik werd blootgesteld aan nieuwe geluiden en aan muziek die ik als achttienjarige nog nooit had gehoord. Zo werd een nieuwe wereld voor mij geopend. Ik bloeide erdoor open. En vanaf dat moment werd het me duidelijk dat geluidskunst en experimentele muziek op mijn pad lagen. Sindsdien ben ik aan het onderzoeken wat dat voor mij betekent, waarbij ik me de afgelopen jaren vooral heb gericht op het orgel: door op het kerkorgel te spelen, maar ook door het te herinterpreteren.
Vertel ons meer over het maakproces van deze installatie. In het bijzonder, hoe bepaal je welke materialen je gebruikt? En waar haal je ze vandaan?
De orgelpijpen zijn vooral afkomstig van ontmantelde kerkorgels. Ik kocht er bijna 200 van een man uit Eindhoven die in de jaren 80 had geholpen om een kerkorgel uit elkaar te halen. Daarvoor belde ik orgelmakers op met de vraag of ze restmateriaal hadden dat ik zou mogen oppikken indien ze het anders zouden weggooien. Het is verbazingwekkend hoeveel materiaal ik op die manier heb kunnen verzamelen. Nu heb ik een diverse collectie van verschillende soorten pijpen.
Op vlak van textiel, zijn mijn keuzemogelijkheden erg beperkt, aangezien het 100% luchtdicht moet zijn om de installatie geluid te doen maken. Er zijn dus amper opties. Ik ben voor similileer gegaan, omdat dat het stevigste materiaal is. Ik wil namelijk vermijden dat de zakken scheuren en ik ze voortdurend moet vervangen. Duurzaamheid is het allerbelangrijkste en wanneer ik een materiaal moet kiezen, probeer ik dus steeds keuzes te maken met dit in mijn achterhoofd.
Voor het prototype van de installatie heb ik haardrogers gebruikt als luchtbron. Dat was heel leuk en DIY, maar totaal niet veilig. Ik heb zo zelfs eens bijna een brand gesticht. Geen goed idee dus. Voor deze tweede versie gebruikt ik een grote industriële waaier die van een oude supermarkt komt. In de jaren 70-90 gebruikten ze daar blijkbaar een pneumatisch buizensysteem om pakjes sigaretten te verplaatsen (blazen) van de ene kant van de winkel naar de kassa waar ze verkocht werden. Mijn waaier diende dus daarvoor voordat hij een nieuwe rol kreeg als luchtbron in mijn installatie.

Wat zijn je muzikale inspiraties? Ben je met je installatie op zoek naar een specifieke sound?
Mijn inspiratie verandert om de twee weken of om de maand, dus ik heb vaak moeite met het beantwoorden van deze vraag. Wat ik nu zou antwoorden, zou later waarschijnlijk incompleet voelen, waardoor ik het gevoel zou hebben dat ik iets anders had moeten zeggen. Maar de voorbije twee weken heb ik in ieder geval veel naar Hanne Lippards solowerk geluisterd. Ze onderzoekt de sculpturale materialiteit van de stem en van taal, wat me erg fascineert. Ik gebruik zelden taal in mijn eigen werk, maar op de één of andere manier maakt het me nieuwsgierig om het wel eens te benaderen. Volgende maand zal het hoogstwaarschijnlijk weer iets volledig anders zijn dat me inspireert. Als ik echter naar het grotere geheel moet kijken, kan ik wel zeggen dat ik al enkele jaren geïnteresseerd ben in vroege Vlaamse polyfone muziek.
De laatste tijd doe ik daarentegen voornamelijk inspiratie op bij dans en film. Het voelt bijna alsof er zo meer afstand is met mijn werk. Aangezien het niet mijn eigen medium is, lukt het beter om naar mijn eigen hand te vertalen wat ik eraan ontleen. Het kan bevrijdend voelen. Ik ben een visueel persoon; mijn sonische ideeën ontstaan vaak vanuit een bepaald beeld dat vastzit in mijn hoofd dat ik dan probeer om te zetten in geluid (of sculptuur).
Enkele jaren geleden was ik helemaal weg van experimentele cinema en ik heb deze interesse onlangs herontdekt. Zo heb ik bijvoorbeeld genoten van de films van de Duitse filmmaker Klaus Wyborny. Experimentele film is, volgens mij, een erg goede lesgever in reductie, die me leert hoe ik een eindresultaat kan beknoppen om de essentie te behouden. Ik heb het gevoel dat dat zeer belangrijk is. Sinds kort ben ik met een nieuw project begonnen en één van mijn hoofddoelen is precies dat: reduceren, reduceren, reduceren…
Wat is je favoriete plek waar je je kussens al hebt laten spelen?
Tijdens het bouwproces van de tweede versie, had ik een grotere ruimte nodig om mijn werk te installeren en de composities te maken. Mijn grootouders waren net op pensioen gegaan, dus ik kon hun huis gebruiken om in te werken. Op de vierde dag van mijn compositieproces overleed mijn grootvader. Het voelde bizar. Ik had net een hele installatie opgesteld in zijn huis. Het was als een "parasiet" dat zijn poten verspreidde doorheen zijn living, keuken, toilet, slaapkamer en al de meubels die nog aan hem deden denken. Omdat ik tijdens het componeren en het rouwen in zijn huis verbleef, voelde hij dicht bij mij. Het voelde alsof het Airchoir aan het zingen of roepen was voor hem. De plafonds in zijn huis waren erg laag, dus het geluid kon niet ontsnappen. Het klonk dus extreem luid. Ik denk dat dit voor mij persoonlijk de mooiste en belangrijkste plek is waar het heeft gespeeld. Het is de plek die het Airchoir 2 heeft gevormd tot wat het nu is. Sommige mensen vonden het jammer dat ik daar toen in zijn huis geen performance heb gedaan, of het uitvoerig heb vastgelegd. En op een manier hebben ze wel gelijk, maar ik was daar toen echt niet mee bezig. Ik had er toen niet de mentale ruimte voor. Ik zou het nu nog kunnen doen, maar al zijn meubels zijn nu weg, dus het zou toch nooit meer hetzelfde voelen.
Je hebt met je geluidsinstallatie al meerdere collaboratieve performances gedaan. Kan je ons er meer over vertellen? Hoe was het bijvoorbeeld om samen te werken met een danseres, Clara Cozzolino?
Ik heb tijdens dat proces veel geleerd. Het was erg speciaal om samen te werken met een danser. Met name omdat het gebaseerd was op improvisatie. Als ik alleen werk, ga ik meestal net de andere kant op. Ik werk graag op voorhand mijn concepten uit. Mijn performances liggen meestal tot op de seconde vast. In mijn solowerk is er, althans voorlopig, bijna geen ruimte voor improvisatie. In de samenwerking met Clara Cozzolino en contrabassist Nils Vermeulen hebben we die controle losgelaten. Het voelde belangrijk om het werk op een alternatieve manier te ontdekken, ongeacht het resultaat. Clara maakte me bewust van waar mijn lichaam gepositioneerd is in dialoog met de installatie en ik voel dat het, zelfs in mijn soloperformances, mijn manier van denken heeft beïnvloed over hoe bepaalde bewegingen iets toevoegen of wegnemen, ook al ben ik geen danser. Telkens wanneer ik samenwerk met anderen, besef ik dat het essentieel is voor mijn eigen ontwikkeling. Toen ik samenwerkte met zanger Yannick Guédon en fluitist d'Incise, werden verschillende onderdelen van de installatie voor mij onthuld door hun ogen/oren. Uiteindelijk klonk het Airchoir totaal anders dan ooit tevoren, volledig teruggebracht tot zijn essentie.
Meer Anouk::: Instagram - YouTube
Anouk Kellner opent KRAAK Fest 26 met een speciale Airchoir-performance in de theaterzaal helemaal boven ~ haar installatie is gedurende het hele festival te bezichtigen. Tickets hier!